Bang voor den Chinees?

Wednesday 29 May 2019

Beducht voor oprukkende gele roofmieren? Uw Verslaggever niet. In plaats van krijgshaftige taal uit te slaan naar den Chinees, opteert de JORT Collection voor wreedzame coëxistentie in camouflage-outfit. Immers, wie begint er een (handels)oorlog tegen een heerschap in een kamerjas van shantoengzijde? Vandaar het thema voor de voorjaars/zomer JORT Collection: West meets East.    

Ach, Toen Suitsupply-sjef Fokke de Jong mij zes jaar geleden vroeg of ik een collectietje wilde gaan bedenken voor zijn groeiende klerenrijk, had ik niet kunnen bevroeden hoe leuk ik deze klus zou gaan vinden. Nee, niet alleen vanwege de miljoenen die door de kassa vliegen. De JORT Collection brengt mij terug naar de jaren negentig, dat zorgeloze decennium toen Hollanders hun bonkige brogues schoorvoetend begonnen in te wisselen voor delicater schoeisel van Italiaanse leest. Het bracht mij ook terug bij Man & Pak, het stijlbijbeltje waarin ik in 1997 samen met schrijfmaatje Yvo van Regteren Altena wonderwel zo'n vijftigduizend liefhebbers bijpraatte over hanenpootsteken, gepitte revers en de zin - nee: noodzaak! - van kasjmier sokken. Nu stort ik mij met Don Trivia - da's zijn artiestennaam, zijn handelsnaam is YvRA1985, hij drijft een geurimperium en verkoopt geparfumeerde ruitenwisservloeistof, zie hier, belangrijk! - op twee collecties per jaar, zodat we deze zomer alweer nr. 12 verwelkomden. Don Trivia en ik richten ons meestal op textiele idolen. Omdat u inmiddels wel weet dat de Dukes of Windsor, de Kennedie's, de Agnelli's en Steve McQueen stilistisch de tijd doorstaan, richten we ons liever op in de vergetelheid gerakende heren. Wat te denken van sir Malcom Campbell, die met zijn Bluebird snelheidsrecords op het land en te water behaalde (zijn zoon Donald was ook goed bezig, maar finishte wat slordig).  

Deze zomer wenden we de steven naar het oosten, waar niet alleen veel wijsheid vandaan komt, maar ook gevaar en elegante perfectie. Het personage dat we in gedachten hebben, valt nergens op de website van Suitsupply te ontwaren. Te veel woordjes nodig om de millenials bij te praten. David Tang, ooit van gehoord? Heerlijk type. Hautain, verwend en een tikje geschift. Zijn stijl was eigen, al was het maar omdat in de pakken van sir David het pochet altijd uit een rechter- in plaats van linkerborstzak puilde. Belangrijk, nee. Leuk, ja. Tang kwam uit een rijke familie van Hongkong-Chinezen, groeide op in Engeland en opende later in 1994 Shanghai Tang, een kledingketen die-ie vier jaar later voor veel aan luxeconcern Richemont verkocht. Het maakte dat Tang niet erg bekend was met commercieel vliegen en zich voornamelijk in kringen begaf waar aan eenvoudige krantelezers als ik zich laafden, iedere zaterdag weer in zijn column in de Financial Times. Wereldvreemd. Maar zouden we dat in deze wrede wereld niet allemaal moetenm ambieren? Twee jaar geleden werd de Gevreesde Ziekte bij Tang georganiseerd en organiseerde hij een groots afscheidsfeest waar tout le beau monde aanwezig was. Behalve Tang. Die overleed kort ervoor. Vandaar, postuum, een ode aan Tang met een collectie die refereert aan de eeuwenoude banden met Azië en - vergeef mij m'n ongeneeslijke melancholie - lonkt naar Indochine, de onvergetelijke film met Catherine Deneuve over het vervlogen Franse imperium in Zuidoost-Azië.  

Mijn favorieten? Naast de (grappig genoeg uiterst matig verkopende) kamerjas, dit linnen safaripak. Ideaal voor de afterparty na de tijgerjacht.